De routekaart naar een burgerbegroting

Om burgers te betrekken bij het beleid, kunnen openbare besturen een burgerbegroting overwegen (‘participatory budgeting’). Het erg succesvolle concept is wereldwijd gegroeid van een project in Porto Alegre tot 1500 initiatieven over de hele wereld.

Portugal heeft als eerste een nationale (bescheiden) burgerbegroting, Parijs heeft in absolute termen de grootste (100 miljoen). Volgt België?

Ook in België zien we verschillende initiatieven: de burgerbegroting in het District Antwerpen, de wijkbudgetten van het district Deurne, het burgerbudget in Gent, de Stad Brussel in Neder-over-Heembeek en de budgetgames in Kortrijk …

We schrijven twee blogs over burgerbegrotingen: in deel één gingen we na waarom openbare besturen een deel van hun begroting kunnen laten toekennen door burgers en wat daarbij de succesfactoren zijn. In dit tweede deel bekijken we burgerbegrotingen meer in detail: hoe ze kunnen verschillen, hoe je ze organiseert in de praktijk en welke keuzes je daarbij moeten maken.

De routekaart naar een burgerbegroting: 3 modellen

Joop Hofman, die in Nederland al verschillende gemeentes begeleidde bij het opzetten van burgerbegrotingen en waarmee we op de Dag van de lokale Democratie samen de sessie burgerbegroting 2.0 organiseerde, heeft het in De routekaart naar een burgerbegroting (2012) over 3 modellen.

  1. Porte Alegre: burgers richten zelf de begroting volledig in
  2. Christchurch: burgers beoordelen de bestaande begrotingsopmaak en stellen deze bij
  3. Deventer: burgers maken zelf en autonoom keuzes binnen een gelimiteerd bedrag

Binnen de 3 bovenstaande modellen zijn er nog varianten mogelijk naargelang er meer participatie in de klassieke opvatting wordt toegelaten: een participatieladder met verschillende stappen, gaande van informatie en consultatie tot het delegeren van beslissingsmacht

Verdeel of heers

Hoe groot het deel van de totale begroting is waarover de burgerbegroting kan beslissen, toont meteen een belangrijk verschil aan tussen de verschillende modellen:

  • Een groter budget, zoals bij Porto Alegre, geeft aan dat het rechtvaardiger verdelen van de begroting een belangrijke doelstelling is. Armere districten krijgen hier immers meer geld. In dit type projecten kan de omvang zo groot zijn dat er ‘budget delegates’ worden aangesteld om het traject te stroomlijnen.
  • Een kleiner budget, zoals vaak bij West-Europese voorbeelden, geven minder financiële vrijheid omdat het doel eerder is burgers rechtstreeks te betrekken, in plaats van de middelen te herverdelen.

Vorm volgt inhoud

Uiteindelijk zijn er evenveel mogelijke uitvoeringen als er steden en wijken zijn. De inhoud van de participatie bepaalt de vorm van het traject. Elk openbaar bestuur moet daarin keuzes maken. Bij projecten volgens het ‘Deventer’ model, waar een beperkt budget vrij ingezet kan worden, zijn er wel een aantal vaak terugkomende fases.

  1. Burgers informeren en input vergaren bij ambtenaren of experts;
  2. Bespreken van budgettaire prioriteiten, naar welke thema’s moet het geld gaan?
  3. Toekennen van middelen, welk thema krijgt welk budget?
  4. Uitwerken van specifieke projecten binnen de thema’s;
  5. Bepalen van welke projecten binnen elk thema gefinancierd worden;
  6. Laten goedkeuren van de resultaten door (gemeente)raad of parlement en ze uitvoeren.

Bij elk project en elk van deze fases van een participatietraject dienen ook keuzes gemaakt te worden afhankelijk van de concrete invulling. Een paar voorbeelden:

  • Worden er ‘budget delegates’ geselecteerd of aangesteld?
  • Wordt er individueel gestemd, wordt er per groep burgers gestemd, of wordt er in consensus beslist?
  • Worden er didactische momenten of presentaties van initiatieven ingelast?
  • Wordt er een rol voorzien voor het middenveld ?
  • Wordt er een offline en / of online traject voorzien?

Jongleren tussen on- en offline

Een online traject is een krachtige manier om een grotere groep burgers te betrekken. Zo kan het een essentieel onderdeel zijn van jouw burgerparticipatie. Zoals altijd is het best om het hele traject (met zowel live als online elementen) in één keer vorm te geven. Zo kan er optimaal ingespeeld worden op de sterktes van de twee vormen van participatie. Het gevaar is om online enkel als uitbreiding van de live mogelijkheden te gebruiken en of enkel te gebruiken als manier om te stemmen.

Sterktes van online participatie in burgerbegrotingtrajecten zijn:

  • Informeer en betrek een veel breder publiek. Informeer en krijg input van een veel bredere groep burgers. Online kan je burgers inzichtelijk informatie brengen en in verschillende fases in het project betrekken.
  • Speel in op verschillende vormen van engagement. Niet iedereen kan een halve dag investeren in het traject. Sommige mensen willen wel kort online iets doen. Zorg voor verschillende mogelijke vormen van engagement.

Sterktes van offline participatie in burgerbegrotingtrajecten zijn:

  • Het menselijke contact en enthousiasme. Door mensen samen te brengen, vorm je netwerken in een buurt of gemeente.
  • Deliberatieve gesprekken. Je kan het proces van een gesprek live nog beter vormgeven en werken naar een consensus is live beter haalbaar.

De kunst van het vormgeven van zo’n proces is dus om al deze sterktes te combineren in één krachtig proces.

Participatieplatform by Tree company

Tree company begeleidt al drie jaar het online traject voor de burgerbegroting in Antwerpen en hielp de stad Brussel ook met haar eerste burgerbegroting in Neder-over-heembeek. Inspireer je op onze website of neem contact met ons op om jouw mogelijkheden voor een burgerbegroting of participatietraject te bespreken.

Bronnen

  • J. HOFMAN (2012), De routekaart naar een burgerbegroting, – Rode Wouw, Utrecht, 72 p.
  • S. R. ARNSTEIN (1969). A Ladder Of Citizen Participation. Journal of the American Institute of Planners 35 (4): 216–224
  • B. WAMPLER (2012), Participatory Budgeting: Core principles and Key Impacts in Journal of Public Deliberation: Vol. 8: Iss. 2, Article 12.